Lijst bijzondere personen Homepage Suijs Laatste wijziging: 16 April 2009

PDN: 0185 Details van Jacob Suijs
Voor zijn plaats in de stamboom zie:
PDN: 0185

De informatie over Jacob Suijs bestaat uit de volgende delen:

Gravure waarop Jacob Suijs PDN: 0185 Suijs / Jacob
Geb xx-xx-1520? Zierikzee ; Ovl 12-03-1591 Luijk(B) ; Beroep: Burgemeester(Zierikzee)
Zoon van: Suijs / Daniel PDN: 0178

Gehuwd met: Huwb xx-xx-1550? van Berchem \ Maria ; Geb xx-xx-1520? Antwerpen(B)
Kinderen:
PDN: 0270 Daniel ; Geb xx-xx-1550?
PDN: 0271 Jacob ; Geb xx-xx-1550?
PDN: 0272 Roeland ; Geb xx-xx-1550?
PDN: 0273 Marcus ; Geb xx-xx-1550?
PDN: 0274 Claudine ; Geb xx-xx-1550?

Jacob is een volle neef van de beroemde Mr Cornelis Suijs (PDN: 0183), voorzitter van het Hof van Holland. Een kleindochter van Mr. Cornelis Suijs (dochter van Adam van der Duijn en Margaretha Suijs (PDN: 0298)) huwde met een kleinzoon van Jacob. Deze kleinzoon Pieter Suijs (PDN: 0275) huwde dus mijn achter-achternicht. Hun zoontje Nicolaus is op zesjarige leeftijd overleden en is in de kerk van Schelle begraven. Zie Kerk van Schelle (hieronder)

Jacob is Jonker Jacob Susius Heer van Grijsoord, Heer van Nederveen en Tolsende. In 1545 werd hij ingeschreven aan de Universiteit van Dole in Bourgondie als: Jacobus Susius (Suys), Ziericensis
Ca 1550 huwt hij met Maria van Berchem. Maria is vrouwe van Laere bij Antwerpen. Zij is een dochter van: van Berchem / Roland, overleden op 29-10-1534 en van: Watervliet / Philipota,Laurentia. (Naar de naam Berchem is een voorstad van Antwerpen genoemd.)
Jacob en Maria woonden aanvankelijk Zuidzijde Kerkhof te Zierikzee.

Meester Roeland van Berchem was lid van de Grote raad van Mechelen. Hij had twee kinderen: Maria die huwde met Jacob Suijs en Everart van Berchem. Deze liet maar een zoon na, die zeer jong stierf. Door het overlijden van deze neef verwierf Maria het goed van Lare en de Heerlijkheid. Jacob Suijs legde voor haar de leeneed af op 22-3-1559. (zie ook Schelle bij "Zichtbare herinneringen")

In een briefwisseling met Paul Suijs (PDN: 0422) te Edegem wordt aangegegeven dat het geslacht Berchem (waar ook de wijk Berchem naar genoemd is) afstamt van het geslacht Berthout. Dat verklaart ook waarom aanvankelijk het gemeentewapen van Schelle oorspronkelijk zowel Berthout als Suijs was en later (in 1988) vervangen is door dat van Suijs (zie Schelle).

Jacob was een zeer geleerd man. Hij was burgemeester van Zierikzee in 1550. Hij heeft een aantal latijnse gedichten nagelaten en was in nauwe betrekkingen met Justius Lipsius en Damas van Blijenberg. In de werken van Justius Lipsius vindt men latijnse brieven van Jacob aan zijn zoon Daniel. De koninklijke bibliotheek te Brussel bezit een gravure waarop een ridder in volle wapenuitrusting geknield is afgebeeld met tabbaart waarop het wapen Suijs.
Boven het beeld eveneens het familiewapen Suijs. Onderaan het opschrift:
"Messire Jacques de Suijs, seigneur de Grijsoort, Oude en Nieuwe Tonge ca 1520." (Het jaartal is dat van de geboorte van Suijs). De ondertekening is van F. Harrewijn. Hierop zijn ook nog de 16 kwartieren zichtbaar.

Een citaat uit een ander geschrift: Jacob Suijs zag het prachtig slot Laar eene prooi der vlammen worden in 1574 en beurtelings door de oorlogvoerende partijen innemen en haar tot verschansing dienen. In een ambtelijk verslag van datzelfde jaar staat diesaangaande aangetekend: de heer van Laar heeft een sterk huis, geheel bewatert, maar ten gronde "afgebrandt". Tijdens de godsdienstberoerten verliet hij Holland en vestigde zich te Luijk, waar hij in 1592 op 72-jarige leeftijd overleed. Gilles Pauwels, procureur bij den groten raad van Mechelen, verhief Laar den 16 september 1592 voor Daniel Suijs (de zoon).

Ook zijn neef Mr Cornelis is in deze periode gevlucht en later weer teruggekeerd.
Details over slot Laer / Lare of Laar zijn hieronder te vinden.

Top of Page

gravure van het Slot Laer te Schelle. De kijkrichting is West. Verder naar het westen stroomt de Schelde.
De Laarhof aan het eind van de 19e eeuw
Slot Laer te Schelle
Het slot, oorspronkelijk eigendoom van de familie Berchem, is in 1559 wegens een erfenis in de handen van Jacob Suijs gekomen. Deze is tijdens de reformatie naar het oosten gevlucht (Harzé nabij Luik). Begin 20ste eeuw was het zo in verval geraakt dat het werd gesloopt. De poort met twee verschillende torens bestaat nog wel. Omstreeks 2000 is er op het gebied achter de poort een soort conferentieoord gevestigd.

Zoals aangegeven verkreeg Jacob het slot via de vader van zijn echtgenote in 1559. Toen haar vader Roland van Berchem overleed was haar enige broer al eerder kinderloos overleden.
De Laarhof was geheel omgeven door water. Bij de twisten rond de reformatie werd het beurtelings door de Spaanse en de Hollandse troepen gebrukt als verschansing. Al eerder zorgden de "zwarte Ruiters" van Maarten van Rossum (Gelre) voor het platbranden van het dorp Schelle. In 1574 zag Jacob Suijs zijn slot als gevolg van de troubelen in vlammen opgaan.

De familie week uit naar Luik, maar keerde later weer terug. In 1595 gaat het slot en de heerlijkeheid over op zijn zoon Daniel Suijs (PDN: 0270).
In 1620 draagt deze het over op zijn zoon Pieter Suijs.

Deze Pieter herbouwde de Laarhof te Schelle in 1622. Het jaartal zou in de gedenksteen boven de poort staan. Maar dat is al lang niet meer te lezen.

Toegangspoort tot de Laarhof Pieter en zijn echtgenote, zijn achternicht Hedwiga van der Duijn, zijn in de nabijgelegen abdij St Bernard begraven
Een zoon Nicolaas (PDN: 0286) van Pieter overleed op 6-jarige leeftijd en werd in de kerk van Schelle begraven. Een gedenksteen in de gevel herinnert daaraan.
Een andere zoon, wederom een Jacob Suijs (PDN: 0287), erfde in 1661 het slot en de daarbij behorende privileges zoals bijvoorbeeld de rechtspraak.
In 1680 moest deze het uiteindelijk verkopen door de hoge schulden die hij had.

De toegangspoort is nu nog maar het enige stukje dat nog is overgebleven. Midden boven de poort is nog een wapensteen te zien. Het familiewapen is er echter niet meer uit te lezen, omdat het toaal verweerd is.

Er zijn nog twee kastelen in België waar Suijsen hebben gewoond. zie Harzé en Montquintin.

Top of Page


De Laarkapel te Schelle
Het interieur van de kapel
Mater Dolorosa
Familiewapen op het altaar
De kapel nabij het slot Laer (Laarkapel)
(vrij naar Joz. Verlinden)
Er is weinig bekend over het ontstaan van deze Kapel. Documenten ontbreken om twee redenen. Ten eerste is het Slot Laer (waar vele documenten lagen, gedurende de troubelen in de 16e eeuw in vlammen opgegaan (en herbouwd). Ook het dorp werd platgebrand door de Zwarte Ruiters van Maarten van Rossum. Een tweede reden zou onzorgvuldig opreden van de latere eigenaren (tot 1831) mede debet aan het verlies van belangrijke documenten kunnen zijn.

Uit het Chijnsboek van de heerlijkheid van het Laar kunnen we opmaken dat de kapel van vóór 1500 moet dateren. De huidige vorm van de kapel is het resultaat van vele verbouwingen.
Het huidige Onze-Lieve-Vrouwbeeld is een zittende beeld. Aanvankelijk was er een staand beeld. De zittende Mater Dolorosa, de moeder van smarten, heeft de staande Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën verdrongen. In de zestiger jaren konden we nog uit de mond van oude Schellenaren vernemen dat “Onze-Lieve-Vrouw van Laar was gaan zitten”.

We vermoeden dat na de bouw van het huidige altaar, na 1600, door kasteelheer SUYS, zoals het wapenschild aan de evangeliekant, - vanuit de kapel de linkerkant, - aanduidt, men het beeld ergens heeft opgekocht als een deel van een Calvariegroep. Stilistisch past het niet in de voorziene nis. Maar huidige versieringen verdoezelen enigszins dit euvel. Deze SUYS is vermoedelijk de zoon Daniel (PDN: 0270) geweest.

Vroeger werd het feest van Onze-Lieve-vrouw van Smarten in de kapel gevierd op Passie-zondag. D.i. de zondag veertien dagen voor Pasen, met een plechtige mis en de mogelijkheid een volle aflaat te verdienen.

De legende van de kapel is een fraai verhaal (citaat van LEHEMBRE uit de geschiedenis der Gemeente Schelle door STOCKMANS en DE RAADT):
“Het kindje van den edelman die in de Spaanschen tyd het Laarhof te Schelle bewoonde, plukte bloemen aan den kant der hofgracht. De vader stond er van verre op toe te zien. Opeens dreigt het kind in het water te stuiken. De edelman verschrikt en neemt aanstonds zyne toevlucht tot Onze-Lieve-Vrouw: “Goede Moeder Maria, bidt hy, red myn kind. Hier bouw ik U eene kapel”. Zyn bede wierd verhoord; het kind kreeg het evenwicht weder en kwam bly in vaders armen gekropen. Maar er verscheen geen kapel!...Eens reed de edelman in zyne koets voorby het land waar hy beloofd had de kapel te bouwen, doch …. Zyne paarden wilden niet voort! Hoe hy ook trok, sloeg of riep; ’t was al moeite verloren! Dan herinnerde hij zich de belofte die hy eertijds gedaan had, em vernieuwde ze met het vaste besluit ze ten uitvoer te brengen. Nu gingen de paarden voort. De edleman deed de kapel bouwen, en nooit nog had hij last van zijn gespan.”

In ieder geval is het zeer waarschijnlijk dat het altaar geschonken is door Jacob SUYS. Immers aan de rechterkant van het altaar komt een vrouwelijk wapen voor van Berthout/Berchem. Een lid van deze familie had in de 12e eeuw meegeholpen de Moren uit Spanje te verdrijven. Niet een keer, maar driemaal. De koning van Aragon (Spanje) wilde hem het liefst daar houden en bood van alles aan, zelfs de hand van zijn dochter. Vergeefs Het enige wat hij wilde bij de derde zege was toestemming om de Catalaanse vlag als zijn wapen te gebruiken. Zo werd het wapen Berkhout drie gouden palen (drie overwinningen) op een schild van keel (rood).

Top of Page

De kerk van Schelle
De kerk van Schelle
De kerktoren van de St.-Petrus en Pauluskerk in Schelle staat behoorlijk scheef (1,20 m naar het noordoosten !). Maar omvallen is er zeker nog niet bij ! Sterker nog de Schellenaren vieren regelmatig de Scheve torenfeesten om te vieren dat hij er nog staat (of wil men de bekendheid van de toren van Pisa nastreven?)
De onderbouw van de kerk, is van de 13de eeuw. Het kerkmeubilair is in barok- en rococostijl met veel 17de eeuwse beelden. Verder is er uit documenten weinig over de kerk te vinden, omdat deze documenten nagenoeg geheel ontbreken.

Vooraanzicht met links de gedenksteen van Nicolaas SUYS
Tot de bezienswaardigheden van de kerk behoren zeker de vele nog aanwezige grafstenen, waaronder een paar merkwaardigen, o.a. die van de kleine Nicolaus SUYS (PDN: 0286) uit het Laarhof, die buiten in de muur van de toren werd gemetseld en daar, jammer genoeg, te verweren hangt in weer en wind. Zijn prachtige skulptuur met het latijnse kronogram van zijn overlijden werd bijna volledig uitgewist.

steen van Nicolaas SUYS Afstammingslijn van Nicolaus: (getallen voor de naam geven PDN's aan)

164 Pieter Suijs

178 Daniel Suijs x Maria van Oudenwerve 166 Cornelis Suijs x Maria de Jonge

185 Jacob Suijs x Maria van Berchem 183 Mr. Cornelis Suijs x Anna de Bije

270 Jacob Suijs x Anna Quarré 298 Margaretha Suijs x Adam van der Duijn

275 Pieter Suijs x Hedwig van der Duijn

286 Nicolaus Suijs

Top of Page

Vlag van de gemeente Schelle

Vlag voor het gemeentehuis van Schelle

De Historie van de vlag en het wapenschild van Schelle
(vrij naar een internetpagina van o.a. Monique Van de Vreken en de gemeentesite van Schelle) Niet altijd was het gemeentewapen van Schelle zoals het thans gebruikelijke. Al in 1819 wilde de gemeente in feite twee heren dienen te weten het geslacht Berthout dat lange tijd eigenaar van het Domein was en via diens afstammelingen van het geslacht Berchem met het geslacht Suijs.(rond 1550)
Het grote schild zou door de verticale strepen in Goud en blauw moeten herinneren aan het geslacht Berthout, terwijl het schild in het midden het wapen van Suijs zou worden.

Helaas werden er nogal wat fouten gemaakt. Tijdens de regering van koning Willem I, vroeg en verkreeg Schelle een wapen: in azuur (blauw) drie palen van goud, in het hart beladen met een wapenschild van hetzelfde, met drie torens van lazuur. De schilddekking bestond uit het borstbeeld van een paus. Dit wapen werd erkend door koning Leopold I op 6 februari 1837

Toen de gemeente de aanvraag voor de tweede maal deed bij Koning Leopold I, dacht men het oude wapen aangevraagd te hebben. Echter men had iets voor ogen dat overeenkwam met de zegels uit de 17eeeuw. Deze zegels waren van het toen heersende geslacht Suijs. Dit beeld is een schild in de kleur azuur (blauw) met daarop in goud drie heiblokken, twee boven en een midden onder.
De familie Suijs was een adellijke familie van dijkbouwers en hadden in hun familieschild heiblokken staan.

Het oude gemeentewapen van Schelle

Wegens gebrekkige kennis van de heraldiek (en de geschiedenis van de eigen gemeente) vroeg men een groot schild in de kleur azuur met 3 palen in goud (palen = vertikale baen)
In het hart zou een zogeheten hartschild komen van dezelfde familie (men bedoelde Suijs), maar dat werd door de Hoge Raad van Adel niet helemaal begrepen omdat het grote schild ook al fout was aangegeven. Men beschreef het als drie Gouden palen op azuur, echter het wapen van Berthout is een gouden schild met drie palen in keel (rood).
Het resultaat werd inderdaad in het grote schild een blauwe ondergrond en drie gouden vertikale balken (Palen). In het hartschild werden de kleuren echter ook omgedraaid. De basiskleur werd goud en de voorwerpen werden in blauw uitgevoerd. In plaats van heiblokken werden het Torens. De schilddekking (boven het schild) bestond uit een paus met tiara in goud (op de tekening hiernaast niet in het oude schild weergegeven). Goedkeuring werd op 6 februari 1837 verkregen.

Het nieuwe gemeentewapen van Schelle

In 1968 vroeg de gemeente om de drie torens in het wapenschild te vervangen door drie heiblokken. Op advies van de Vlaamse Heraldische Raad werden in 1988 ten slotte niet alleen de figuren maar ook de kleuren van het hartschild gecorrigeerd.

Het was waarschijnlijk van begin af aan de bedoeling zal dat men als eerbetoon de kleuren van de familie Berthout en het hartschild van de familie Suijs wou samen brengen in één wapenschild, het wapenschild van Schelle, maar dit is een tijdlang niet gelukt. Zelfs na bijna 190 jaar is nu in 2009 van de kleurstelling van Berthout niets terug te vinden. De vlag is zelfs volledig Suijs. De enige troost voor de Berkhouts is dat een groot deel van hun nakomelingen de naam Suijs dragen.

Top of Page